Zwerven door Nederland

Onverwacht Nederland (en een beetje over de grens)

Buren: van grafelijke grafkelder tot keldergraven

Een zondagochtendwandeling in Buren

Volg deze wandeling op de kaart

Buren heeft alles wat een vestingstadje bijzonder maakt: stadsmuren en wallen, een poort, een monumentale kerk met imposante toren, een middeleeuws stadhuis, een weeshuis en aardige straatjes. Het stadje is trots op de titel ‘Oranjestad’ en koestert een warme band met de Oranjes. In 1551 trouwde Willem van Oranje in de Sint Lambertuskerk met Anna van Egmond, de rijke erfdochter van het graafschap Buren. Sindsdien is de titel ‘graaf van Buren’ in het bezit van de familie Oranje-Nassau.

De opvallende toren van de Sint Lambertuskerk bepaalt al eeuwenlang de skyline van Buren. De kerk werd in 1367 gesticht als kleine kapel en in 1395 tot parochiekerk verheven. De wandeling start bij de kerk. Vanouds werd er in en om het godshuis begraven. In de kerk is de graftombe van de graven van Buren te zien. Maria van Nassau – dochter van Willem van Oranje en Anna van Buren – werd hier als laatste bijgezet in 1616. Na verloop van tijd vervaagde de herinnering aan de graven van Buren en raakte de grafkelder in vergetelheid.

Grafelijke grafkelder
Dankzij het doorzettingsvermogen van dominee J. van den Kieboom werd in 1895 de grafkelder ontdekt. Geruchten over de rustplaats deden al lang de ronde, maar bewijzen waren niet voorhanden. Met behulp van een plattegrond waarop zich voor de preekstoel een opvallende witte vlek bevond, werd al vrij snel een grafkelder die slechts tien centimeter onder de vloer lag blootgelegd. Twee kisten droegen een opschrift, zodat met zekerheid kon worden vastgesteld dat het Maria van Oranje en Maximiliaan van Egmond betrof. In de overige halfvergane kisten lagen drie andere familieleden. Na de ontdekking werden de stoffelijke resten omgekist en de grafkelder dichtgemetseld. Bij de restauratie in 1975-1980 werd de grafkelder definitief afgesloten met een deksteen, de tekst: ‘Ingang grafkelder prinses’ houdt de herinnering aan Maria van Oranje levend.

Naar het kasteelpark
De Culemborgse of Huizenpoort – de enige bewaard gebleven stadspoort – vormde de verbinding tussen het stadje en het (verdwenen) kasteel Huijs Buren. Vanaf 1804 werd het kasteel geleidelijk gesloopt. Omdat het kerkhof naast de kerk te klein was geworden, werd in 1828 op het noordoostelijke rondeel een nieuwe begraafplaats aangelegd. In 1847 werd de Joodse begraafplaats verhuisd van de Aalsdijk naar een plek naast de nieuwe begraafplaats.

Oude Algemene Begraafplaats

Het terrein van de algemene begraafplaats werd een paar maal vergroot en bij de laatste uitbreiding in 1883 verrees een poortgebouw dat voorzien werd van een fraai smeedijzeren hekwerk. Op het terrein staan twee opvallende mausolea. De algemene begraafplaats – sinds de aanleg van de nieuwe begraafplaats aan de Blatensedijk — de ‘oude’ genaamd dateert van 1883.
In 1859 besloot de gemeenteraad op het voormalige kasteelterrein een wandelpark aan teleggen. Karl Georg Zocher, een telg uit het bekende 19de-eeuwse familie van park- en tuinarchitecten, kreeg de opdracht . De hoge wallen werden deels afgegraven en op de glooiende hellingen komt een park met slingerende paden.

Oude Joodse Begraafplaats

Joodse begraafplaats
De grond aan de Aalsdijk is in 1672 aan Moses Ephraim geschonken om daar een Joodse begraafplaats op te richten. De aanleg van een begraafplaats is een bewijs van het bestaan van een Joodse gemeenschap in Buren, hoewel er ook teraardebestellingen uit omliggende plaatsen plaats vonden.
De oudste vermelding van de aanwezigheid van joden in Buren dateert uit 1646, toen Moses Ephraïm door prins Frederik Hendrik in zijn hoedanigheid als graaf van Buren, werd aangesteld als pachter van de Bank van Lening in Buren. De erkentelijkheid van Frederik Hendrik  blijkt ook uit het feit, dat na 1672 hem een stuk grafelijke grond werd geschonken, om daarop een Joodse begraafplaats in te richten. Het stuk werd als zodanig in gebruik genomen en is nu nog te vinden aan het begin van de huidige Aalsdijk te Buren, aangeduid met de borden: ‘Voormalige Israëlietische Begraafplaats’.
In 1845 werd een tweede begraafplaats in gebruik genomen gelegen op de voormalige kasteelwal naast de algemene begraafplaats.
In 1845 werd een tweede begraafplaats in gebruik genomengelegen naast de algemene begraafplaats in het Plantsoen. De laatste begrafenis vond hier in 1895 plaats.

Hoofdpad RK Begraafplaats, Buren

RK Begraafplaats
De naamloze RK Begraafplaats aan de Hennisdijk behoort aan de nabijgelegen Sint-Gregoriuskerk. In 1886 werd met de bouw van deze kerk begonnen naar een ontwerp van G. te Riele Wzn in de stijl van de neogotiek. Op 1 juni 1887 vond de plechtige inwijding plaats van de kerk. Rond die tijd werd de begraafplaats aangelegd. Het ontwerp is eenvoudig: twee grindpaden in de vorm van een kruis met op de kruising een kruisbeeld (calvarieberg). Op het lege grasveld staat in een hoek een klein wit gebouwtje, het knekelhuis.

Onder de rook van Rotterdam

Ten zuiden de metropool Rotterdam en van de drukke havens en de uitgestrekte industriegebieden van Europoort en de Maasvlakte liggen de Zuid-Hollandse eilanden. Ooit waren Voorne-Putten, Hoeksche Waard en Goeree-Overflakkee vanuit Rotterdam alleen per veerpont en stoomtram te bereiken. Door de aanleg van bruggen, dammen en tunnels zijn de eilanden verbonden met de buitenwereld.

Haven van Hellevoetsluis

De A15 van Rotterdam naar de Maasvlakte doorkruist het havengebied van Botlek en  Europoort. Rijdend over deze altijd drukke weg kijk je uit over onafzienbare rijen containers, raffinaderijen en olieterminals. Een imposant gezicht, zeker als tegen het vallen van de avond de vele lichtjes het havengebied een surrealistisch karakter geven. Na de tunnel onder het Calandkanaal nemen we de afslag naar Brielle op Voorne-Putten, waar onze reis door de Zuid-Hollandse Eilanden starten.

Langbroek, van Sterkenburg tot Sandenburg

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is Image00002-1024x731.jpg
Het karakteristieke landschap rond Langbroek

De Brink met de historische kerk vormt het hart van het dorp (Neer)Langbroek. De vormt een fraaie afsluiting van het intieme plein met in het midden een pomp met lantaarn uit 1893. Van de eenvoudige gebouwde gotische kerk uit het einde van de 15e eeuw zijn alleen de toren en het koor overgebleven. Het schip van de kerk is in 1870 herbouwd. Achter de kerk ligt het dorpskerkhof met enkele opvallende grafmonumenten van de Langbroekse adellijke families.

Het plein ligt in de schaduw van de drukke Wijkerweg/Cotherweg die de Langbroekerdijk doorsnijdt. Tot ver in de 20ste was er nog geen sprake van het dorp Langbroek. Oorspronkelijk, en eigenlijk nog steeds, was er sprake van de dorpen Neerlangbroek en Overlangbroek. De naam is samengesteld uit de woorden lang en broek ‘drassig laagland’, met de toevoeging neder ‘lager gelegen, stroomafwaarts’ ter onderscheiding van hoger gelegen Overlangbroek.

Kasteeldorp Zoelen

Kasteel Zoelem

Vlakbij Tiel ligt het dorp Zoelen. Weg van de snelweg ademt het landschap nog altijd de sfeer van vroeger: een kasteel, boerderijen, boomgaarden en huizen langs de twee lange parallel lopende dorpswegen. De Stefanuskerk is een eerbiedwaardig rijksmonument waarvan de laatgotische toren rond 1500 gebouwd is.

Al in de Karolingische tijd moet er een kerkje gestaan hebben. De kerk met een toren die nog steeds van verre zichtbaar is, stond aan het begin van het verdwenen riviertje de Soel. Deze ‘modderige stroom’ mondde bij Zoelmond uit in de Lek. De korenmolen ligt vlakbij de kerk, net als de oude pastorie en het voormalige gemeentehuis annex oude dorpsschool. Naast de kerk prijkt nog steeds de oude herberg De Zoelensche Brug, ooit een veerhuis voor de oversteek van de Linge en nu een prima plek om onze wandeling te beginnen.

Kasteel Soelen en Aldenhaag

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is Stefanuskerk-BH-2-1024x683.jpg
Sint Stefanuskerk

In 1884 beschreef dominee Craandijk in zijn boek Wandelingen door Nederland Zoelen als een ‘vrolijk en lieflijk landschap, om in de zomertijd een uitspanningsplaats te zijn voor de bewoners der omliggende steden en dorpen’, ‘een groot bos met daarin verborgen het kasteel Zoelen’. Het pad schuin tegenover de kerk loopt door het ‘bos’ naar het ‘verborgen’ kasteel dat op een klein rond eiland is gelegen. Het huidige kasteel en het bijbehorende koetshuis stammen uit de 17de eeuw. In die tijd werd rondom het kasteel een park aangelegd in de strenge barokstijl. De tuin werd een eeuw later deels heringericht in de romantische landschapsstijl. De geslaagde mengvorm van deze twee stijlen wordt wel de Soelense stijl genoemd.

Twente, onmeunig mooi

De A1 verbindt de Randstad met het ‘verre’ Twente. Als je eenmaal de Sallandse Heuvelrug bent overgestoken, rijd je het groene, zacht glooiende landschap van Twente binnen. Rond grote steden als Almelo, Enschede, Hengelo en Oldenzaal liggen kleine dorpen en gehuchten te midden van het karakteristieke coulissenlandschap waardoor het riviertje de Dinkel al kronkelend een weg zoekt.

Twente werd jarenlang geassocieerd met de textielindustrie. Onder leiding van de Engelse ingenieur Thomas Ainsworth werd in 1836 in Nijverdal de eerste katoenfabriek in gebruik genomen. Langzamerhand breidde de textielindustrie zich over heel Twente uit. In het kielzog van de textielnijverheid volgden andere industrieën. In de jaren 70 van de vorige eeuw kreeg de Twentse textiel zware klappen en sloot de ene textielfabriek na de andere. Veel fabrieksgebouwen werden gesloopt, andere kregen als industrieel monument een andere functie. Twente heeft mooie landschappen. Vooral in Noordoost-Twente tref je nog veel landgoederen aan van rijke textielbaronnen, de eigenaren van de grote textielfabrieken.

Lees verder in TopCamper #18, september 2019

Over de zeebodem

De Batavia, Lelystad

Flevoland, op de bodem van de vroegere Zuiderzee, is duidelijk anders. Dat merk je als je de polder binnenrijdt: rechte lijnen, de ruimte, de strakke landbouwgronden en de natuur. Dit land is ontworpen op de tekentafels. Toch heeft Flevoland onverwachte schatten: de voormalige eilanden Urk en Schokland, de Batavia, scheepswrakken en  vernieuwende architectuur. 

Oud-Kraggenbrug

Al in de 17de eeuw waren er plannen om de Zuiderzee af te sluiten en het land in te polderen. Gebrek aan technische en financiële middelen verhinderde dat echter. Pas na de zoveelste verwoestende stormvloed was de maat vol: op 14 juni 1918 werd onder minister Lely de Zuiderzeewet aangenomen. Deze wet voorzag in de afsluiting van de Zuiderzee en de drooglegging van enkele polders. In 1942, tien jaar na de afsluiting van de Zuiderzee, viel de Noordoostpolder droog. In 1957 volgde Oostelijk Flevoland en in 1986 Zuidelijk Flevoland.

Flevoland bestaat uit steden met moderne architectuur, onafzienbare akkers, afwisselende natuurgebieden en aantrekkelijke randmeren tussen de polders en het vaste land. Soms hielp de natuur een handje mee. Tussen Almere en Lelystad bleek een moerassig gebied moeilijk droog te malen. Zo ontstonden de Oostvaardersplassen. Het is een waardevol natuurgebied met moerassen, meertjes, graslanden en wilgenbossen.

TopCamper #17, maart 2019

Zwerven door Mien Hogelaand

Noordkaap

De Noordkaap met zicht op de Eemshaven

Garnwerd, Sauwerd, Usquert, Aduard… Veel plaatsnamen in Noord-Groningen eindigen op ‘werd’, ‘uert’ of ‘uard’ en herinneren aan de wierden die hier ooit werden opgeworpen. Het landschap bestaat uit vriendelijke dorpen, kronkelende maren (waterlopen), zeedijken, molens en prachtige middeleeuwse kerkje. Een landschap om van te houden.

De geschiedenis van Noord-Groningen wordt bepaald door de strijd van de bewoners tegen de zee. De eerste Groningers vestigden zich op de hoog opgeslibde kwelders, legden akkers aan en gebruikten de natte en lage gronden voor hun vee. Ze beschermden zich tegen de oprukkende zee door verhogingen (wierden) op te werpen, waarop zij hun boerderijen bouwden.

Garnwerd aan Zee

De haven van Garnwerd

We starten onze verkenningstocht door Noord-Groningen in het kleine wierdedorp Garnwerd. Het dorpje, 18 kilometer ten noorden van Groningen-stad, ligt aan het Reitdiep, van oudsher de vaarverbinding tussen Groningen en Zoutkamp. Aan het water ligt Garnwerd aan Zee. Aan zee ligt de uitspanning niet, de naam is een eerbetoon aan het verleden toen het Reitdiep nog verbonden was met de Waddenzee en druk bevaren werd door handels- en vissersschepen op weg nar Groningen. Garnwerd ligt, zoals de naam al verraadt, op een wierde. Het ‘smalste straatje van Nederland’, zoals het 3 meter brede pittoreske straatje in elke reisgids wordt genoemd, leidt naar de 13de-eeuwse Hervormde kerk. De molen bij het water maakt de dorpsidylle compleet.

Ziekenzaal in voormalig klooster van Aduard

Van Garnwerd rijden we over smalle binnenwegen naar Aduard. Het passeren van tegenliggers levert geen problemen op, je ziet ze van verre aankomen en er zijn voldoende uitwijkmogelijkheden. Van de vele tientallen kloosters die ooit in Groningen stonden, zijn nauwelijks sporen terug te vinden. In een van de oudste huizen van het dorp Aduard is het kleine museum St.-Bernardushof gevestigd. In het museum krijg je een indruk van de macht en omvang van het klooster. Een enthousiaste museumgids neemt je mee naar de voormalige 13de-eeuwse ziekenzaal van het klooster – nu een kerk.

Lees verder in TopCamper #16, september 2018

Porto, stad van contrasten

Zicht op de Cais de Ribeira

Ruim 25 jaar geleden was Porto een vergeten en zielloze stad, nu is de stad vol toeristen en bruisend als nooit tevoren. Porto is trending. De stad werd in 2017 voor de derde maal bekroond als beste Europese bestemming en de binnenstad is sinds 1996 Unesco Werelderfgoed.

De historische stad bestaat uit een hedendaagse mix van middeleeuwse kerken met prachtig blauw tegelwerk, statige 19de-eeuwse stadspaleizen, postmoderne kantoren, steile straatjes met keitjes, brede boulevards, straten met trendy winkels en ambachtelijke bedrijven, donkere barretjes en pleinen met uitnodigende terrassen. Het is vooral de levendige rivierkade langs de Douro, de levensader van de stad, die Porto geeft. De beroemde Luís I-brug die opgebouwd lijkt uit duizenden Meccano-stukjes, verbindt Porto met Vila Nova de Gaia (en de rest van Portugal). Hier bevinden zich de portkelders met fraaie historische namen als Sandeman, Taylor en Cockburn’s die herinneren aan de Britse voorliefde voor port.

Overvloed aan blauwe tegeltjes
Het Praça da Liberdade met het ruiterstandbeeld van koning Pedro IV is het hart van de stad en tevens een goed oriëntatiepunt, je hebt zicht naar alle richtingen. Het plein loopt over in de statige Avenida dos Aliados. Veel gebouwen langs de ‘Aliados’ hebben imposante jugendstilgevels. Aan de noordzijde staat het stadhuis uit het begin van de 20ste eeuw. In westelijke richting loopt de Rua dos Clérigos langzaam omhoog naar de gelijknamige kerk en toren. In tegenovergestelde richting leidt een straat naar de Mercado do Bolhão, de grote overdekte markt waar naast souvenirs vlees, vis en groenten worden aangeboden. Deze overdekte ‘Albert Cuyp’ is ernstig in verval en wordt in 2018 voor een aantal jaren gesloten voor renovatie. Achter de markt start de Rua de Santa Catarina, de hoofdstraat van Porto’s chique winkelbuurt met halverwege Café Majestic, waar de sfeer van de Belle Époque wordt gekoesterd.

Van het plein is het een kort stukje lopen naar het monumentale Estação de São Bento waarvan de hal bedekt is met azulejos, blauwe siertegels. Op diverse tableaus staan taferelen uit de Dourovallei en scènes uit de geschiedenis van Portugal afgebeeld, waaronder de aankomst in 1387 van koning João I in Porto om er met Filipa de Lencastre te trouwen en de verovering van Ceuta door Hendrik de Zeevaarder.

[nggallery id=”6″]

Oude Dorp, het historische hart van Houten

Houten kent een lange geschiedenis. Bij de Hervormde kerk aan de brink (nu Plein) zijn restanten gevonden van een oude Romeinse villa (boerderij). Tot ver in de 20ste eeuw was Houten een klein dorp onder de rook van Utrecht. In 1966 werd het dorp aangewezen als groeikern om de snelgroeiende bevolking van Utrecht te kunnen opvangen. De bevolking groeide van 8.000 begin jaren ’70 van de vorige eeuw tot 48.000 in 2016.

Het moderne Houten kent drie centra met winkels en horecagelegenheden: Het moderne stadscentrum bij Het Rond, het nieuwe Castellum in Houten-Zuid en het kleinschalige oude dorp met terrassen en winkels aan het plein tussen de twee kerken. 

 

Arkel, een dorp met een lange geschiedenis

Afslag Linge

Arkel ligt aan de Linge op een steenworp afstand van Gorinchem. Het dorp wordt omringd door water: de Linge, het Merwedekanaal en het Verbindingskanaal dat beide waterstromen met elkaar verbindt.

Arkel moet al vrij vroeg bewoond zijn geweest. De oudste sporen van bewoning zijn rond de Koepelkerk gevonden. In een lijst van inkomsten uit landerijen (pachtopbrengsten) uit 983 wordt de naam Arkel voor het eerst vermeld. Vandaar dat de bewoners in 1983 het duizendjarig bestaan vierden en het dorpsplein de naam Plein 1983 draagt. Arkel is een dorp dat in de jaren ’50 van de vorige eeuw groot geworden is. De meeste arbeiders werkten in de fabriek van Betonbak of in Gorinchem.

Eerder gepubliceerd in RegionaalUITgelicht, november 2018

« Oudere berichten

© 2021 Zwerven door Nederland

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑